Kennis

Begrippenlijst zorgvastgoedfinanciering

Van NHC tot kasstroomgenererende eenheid: de begrippen uit de waardering en bekostiging van zorgvastgoed, kort en met bronvermelding.

26 augustus 2026 · leestijd 5 minuten

Bijgewerkt 26 augustus 2026

Deze pagina is naslag bij de artikelen op deze site: de woorden die terugkomen in elke bedrijfswaardeberekening, elke impairmenttoets en elk gesprek met het zorgkantoor. Kort uitgelegd, met de bron erbij waar die er is. Onderaan staat waar u per onderwerp verder leest.

NHC- en NIC-tarieven 2026 volgens de NZa

Onderstaande bedragen sluiten aan op de NZa-beleidsregel prestatiebeschrijvingen en tarieven zorgzwaartepakketten en volledig pakket thuis 2026. Let op de versieletter: versie BR/REG-26125a verwerkte de ophoging van de NHC, en versie BR/REG-26125b, vastgesteld op 10 maart 2026, is de versie die voor heel 2026 geldt. Die laatste wijziging betrof alleen begripsbepalingen en de regels rond afwezigheid, niet de tarieven. De jaarbedragen zijn de dagtarieven maal 365 en dienen als vertrekpunt voor een exploitatiemodel; ze houden nog geen rekening met leegstand of bezetting.

Die ophoging is fors en wordt in de praktijk gemakkelijk over het hoofd gezien. De NZa verhoogde de NHC-component van de betreffende tarieven met circa 13 procent ten opzichte van de eerdere versie van de beleidsregel, naar aanleiding van wijzigingen in wet- en regelgeving over duurzaamheid en brandveiligheid. Omdat de NHC ruim een tiende van het integrale tarief beslaat, komt dat neer op ongeveer 1,3 procent op het integrale tarief. Rekent u nog met een tarievenlijst uit een eerdere versie van de beleidsregel, dan kunt u de huisvestingsopbrengst onderschatten.

Bron: NZa-beleidsregel prestatiebeschrijvingen en tarieven zorgzwaartepakketten en volledig pakket thuis 2026, BR/REG-26125b. De integrale dagtarieven zijn gecontroleerd tegen de tekst van die beleidsregel. De uitsplitsing naar NHC en NIC is afgeleid uit de tariefopbouw, waarbij zorgcomponent plus NHC plus NIC exact optelt tot het integrale tarief. Bedragen in euro's, jaarbedragen afgerond.
CodePrestatieNHC p/dNIC p/dNHC p/jIntegraal p/d
Z015ZZP 1vv incl.db34,163,0412.468132,63
Z025ZZP 2vv incl.db35,873,0413.093170,17
Z031ZZP 3vv excl.bh incl.db39,183,0414.301212,15
Z041ZZP 4vv excl.bh incl.db39,793,0414.523203,13
Z051ZZP 5vv excl.bh incl.db39,154,4314.290356,70
Z061ZZP 6vv excl.bh incl.db39,044,4314.250328,48
Z071ZZP 7vv excl.bh incl.db40,314,4314.713421,42
Z081ZZP 8vv excl.bh incl.db41,525,6015.155547,69
Z095ZZP 9bvv excl.bh incl.db37,995,8813.866311,09
Z101ZZP 10vv excl.bh incl.db41,524,4315.155638,33

Controleer of uw eigen tarieventabel op de versie met de ophoging is gebaseerd en met welke factor u van dagtarief naar jaarbedrag rekent. Omdat de bedrijfswaarde het saldo is van opbrengsten en kosten, werkt een afwijking op de opbrengstkant er versterkt in door. Hoe sterk precies hangt af van uw eigen aannames over levensduur, disconto en investering.

Alle begrippen

Bedrijfswaarde indirecte opbrengstwaarde+

De contante waarde van alle kasstromen die een actief bij voortgezet gebruik nog voortbrengt, verdisconteerd tegen de bijbehorende vermogenskostenvoet. Voor zorgvastgoed dat niet verkocht wordt, is dit de maatgevende waarde bij de impairmenttoets.

NHC normatieve huisvestingscomponent+

Het deel van het Wlz-tarief dat bedoeld is om de kapitaallasten van het gebouw te dekken. De NZa stelt het bedrag per prestatie vast; het is verwerkt in het integrale tarief per zorgzwaartepakket.

NIC normatieve inventariscomponent+

De tegenhanger van de NHC, bedoeld als productiegebonden normatieve vergoeding voor investeringen in inventaris.

ZZP zorgzwaartepakket+

De indeling die bepaalt hoeveel zorg een cliënt krijgt en welk tarief daartegenover staat. Voor verpleging en verzorging loopt de reeks van 1vv tot en met 10vv, met aparte codes voor met of zonder behandeling en met of zonder dagbesteding.

VPT volledig pakket thuis+

Wlz-zorg die thuis geleverd wordt, inclusief maaltijden en huishoudelijke hulp, maar zonder verblijf. De cliënt huurt zelf, waardoor de NHC in het VPT-tarief aanzienlijk lager ligt dan bij een ZZP.

MPT modulair pakket thuis+

Zoals het volledig pakket thuis, maar de cliënt neemt alleen losse onderdelen van het zorgpakket af.

Wlz Wet langdurige zorg+

De wet die intensieve, langdurige zorg regelt voor mensen die blijvend toezicht of zorg nabij nodig hebben. De zorgkantoren kopen die zorg namens de overheid in.

NZa Nederlandse Zorgautoriteit+

De toezichthouder die de prestatiebeschrijvingen en maximumtarieven vaststelt, waaronder de NHC en de NIC.

ZiN zorg in natura+

Zorg die de aanbieder rechtstreeks bij het zorgkantoor declareert, tegenover zorg die de cliënt zelf inkoopt met een persoonsgebonden budget.

Vertrektarief+

Het basis-inkoopbedrag voor Wlz-zorg, per cluster van vergelijkbare zorgaanbieders berekend met het landelijke tariefmodel van de zorgkantoren. Het is het uitgangspunt voor de tariefafspraak, niet het eindtarief.

Kostenpercentage+

De ZiN-gerelateerde Wlz-kosten minus de NHC- en NIC-opbrengsten, uitgedrukt als percentage van de omzet bij honderd procent van het NZa-maximumtarief exclusief NHC en NIC.

NCW en DCF netto contante waarde, discounted cash flow+

Twee namen voor dezelfde techniek: toekomstige kasstromen met een discontovoet terugrekenen naar hun waarde vandaag.

Discontovoet+

De voet waarmee toekomstige bedragen naar vandaag worden teruggerekend. Van alle invoerwaarden heeft deze doorgaans de grootste invloed op de bedrijfswaarde.

Bijzondere waardevermindering impairment+

De afwaardering die volgt zodra de boekwaarde van een actief hoger is dan de realiseerbare waarde (RJ 121.201).

Realiseerbare waarde+

De hoogste van de opbrengstwaarde en de bedrijfswaarde. Dit is het bedrag waarmee u de boekwaarde vergelijkt.

Opbrengstwaarde directe opbrengstwaarde+

De verwachte verkoopopbrengst minus de daarbij te maken verkoopkosten.

Kasstroomgenererende eenheid KGE+

De kleinste groep activa die zelfstandig kasstromen voortbrengt, grotendeels onafhankelijk van andere activa. Het niveau waarop de impairmenttoets wordt uitgevoerd.

Verlieslatend contract+

Een overeenkomst waarbij de onvermijdbare kosten om eraan te voldoen hoger zijn dan de verwachte economische voordelen. Voor gehuurd zorgvastgoed leidt dit tot een voorziening.

Onvermijdbare kosten+

Het laagste van de kosten om aan de contractuele verplichtingen te voldoen en de vergoeding bij niet-nakoming (RJ 252.405).

Vastgoedresultaat+

Het saldo van de huisvestingsopbrengsten en de huisvestingslasten van een locatie of portefeuille, doorgaans inclusief afschrijving en rente.

Instandhouding+

Het onderhoud dat nodig is om een gebouw over de resterende levensduur in stand te houden. Te benaderen als percentage van de boekwaarde, als bedrag per vierkante meter of als tarief per plaats.

Midlife-renovatie+

De grote onderhoudsingreep halverwege de levensduur, vaak begroot op ongeveer een derde van de oorspronkelijke bouwsom en doorgaans geactiveerd en afgeschreven over de resterende periode.

Restwaarde+

De waarde die aan het einde van de exploitatieperiode resteert, meestal de grond. Valt in één jaar en weegt door de late positie in de reeks relatief licht mee.

Boekwaarde+

De aanschafwaarde minus de cumulatieve afschrijvingen en eventuele eerdere afwaarderingen, zoals het actief op de balans staat.

WOZ-waarde+

De waarde die de gemeente jaarlijks vaststelt als grondslag voor de onroerendezaakbelasting. Iets anders dan de boekwaarde en iets anders dan de bedrijfswaarde.

Herbouwwaarde+

Het bedrag dat nodig zou zijn om het pand opnieuw te bouwen. Grondslag voor de opstalverzekering.

Treasury+

Het beheer van financiering, liquiditeit en renterisico. Bij zorgvastgoed vooral relevant voor de rentevoet waartegen investeringen worden gefinancierd en voor de looptijd van de leningenportefeuille.

Leegstand+

Het deel van de capaciteit dat niet bezet is. In een exploitatiemodel doorgaans opgenomen als percentage van de totale opbrengst, niet als correctie op het aantal plaatsen.

RJ 121+

De richtlijn over bijzondere waardeverminderingen van vaste activa.

RJ 252+

De richtlijn over voorzieningen, niet in de balans opgenomen verplichtingen en niet in de balans opgenomen activa.

RJ 655+

De richtlijn voor zorginstellingen. Sinds de aanpassing aan de Regeling Verslaggeving WTZi volgen de afschrijvingstermijnen de verwachte gebruiksduur en niet langer de termijnen uit het bekostigingssysteem.

Verder lezen

Deze pagina geeft algemene uitleg en is geen advies over een specifieke situatie. De tarieven zijn bijgewerkt op 26 augustus 2026 en gecontroleerd tegen de beleidsregel die op dat moment gold. De NZa stelt gedurende het jaar nieuwe versies vast; raadpleeg voor uw eigen berekening altijd de op dat moment geldende beleidsregel en let daarbij op de versieletter achter het kenmerk.